Animal Assisted Therapy (AAT)
- Els
- 2 jan
- 2 minuten om te lezen
Verslag van de leessessie met Aliki Melistas (UGent) op 28 oktober 2025 |
Aliki Melistas onderzoekt of Animal Assisted Therapy (AAT) met paarden het welbevinden van kinderen en jongeren met autisme kan verbeteren. Tijdens de leessessie presenteerde zij haar onderzoeksopzet en vroeg input van de deelnemers rond drie centrale thema’s: het concept ‘quality of life’ (QoL), het afnemen van haarstalen voor cortisolmetingen, en alternatieven voor zelfrapportage wanneer kinderen de QoL-vragenlijst niet zelfstandig kunnen invullen.
De sessie begon met extra vragen uit de groep, o.a. over de representativiteit van de doelgroep. Omdat Equine Assisted Therapy (EAT) vaak duur is en niet door de mutualiteit wordt terugbetaald, vroeg men of de onderzoeksgroep niet voornamelijk uit meer welgestelde gezinnen zal bestaan. Aliki benadrukte dat sociaaleconomische gegevens van deelnemers worden verzameld om dit mee te nemen in de analyses. Er werd voorgesteld om ook samenwerking op te zoeken met eerstelijnspsychologen (ELP) die met paarden werken en met zorgboerderijen (RTH). Er bestaan echter maar weinig therapeuten die aan deze criteria voldoen, al werden er suggesties binnen de groep gedaan.
Een tweede discussiepunt was het profiel en de methode van de therapeuten. Omdat er grote verschillen bestaan in de opleidingen en aanpakken van EAT-therapeuten, zal het onderzoek kinderen per therapeut volgen en therapeuten een gemeenschappelijke handleiding laten gebruiken. Sessies worden gefilmd om vergelijking tussen therapeuten te vergemakkelijken; daarnaast vullen therapeuten een vragenlijst in over technieken en mechanismen.
Verder werd gesproken over sekseverschillen: meisjes hebben vaker een voorliefde voor paarden, wat een invloed kan hebben op de resultaten. Hoewel hier rekening mee wordt gehouden, gebeurt er geen strenge selectie op geslacht. Ook negatieve effecten van werken met paarden worden onderzocht, omdat hierover nog weinig bekend is.
Er werd duidelijk gekozen voor onderzoek met paarden (en dus niet met honden) om onderzoeksresultaten niet te laten beïnvloeden door huisdieren die kinderen thuis hebben.
Wat betreft het QoL-concept (volgens Schalock), werd opgemerkt dat de gekozen vragenlijst nadruk lijkt te leggen op succeservaringen, terwijl kinderen met autisme vaak te maken krijgen met faalervaringen. Ook werden alternatieve vragenlijsten besproken, zoals ASQoL en QoLA.
Zelfrapportage van QoL kan bij jonge kinderen of kinderen met alexithymie problematisch zijn. Dit geldt met name voor de leeftijdsgroep 6-8 jaar, omdat de vragenlijst pas voor kinderen vanaf 8 jaar bruikbaar is. Alternatieven zijn onder meer mondelinge interviews, foto-opdrachten, analyse van tekeningen, observatie van fantasiespel, gebruik van emotiekaarten of ongestructureerde gesprekken. Centraal staat dat de individuele beleving van het kind moet worden meegenomen, ook bij kinderen die zich niet (verbaal) kunnen uitdrukken.
Voor haarstalen bij cortisolmetingen willen de onderzoekers alvast anticiperen op mogelijke moeilijkheden. Om het proces voor de deelnemers te verduidelijken, kan een instructievideo worden gemaakt. En wat met kinderen met heel kort haar? Er is voorgesteld om ouders te vragen een afgeknipte lok te bewaren voor het onderzoek.
Ten slotte was er consensus dat het onderzoek een mooi en ambitieus opzet heeft, maar dat de vele verschillen in aanpak en de variabele achtergronden van de deelnemers het onderzoek complex maken. Het vraagt maatwerk en een flexibele benadering per individu.





Opmerkingen